Om over na te denken
De drie dochters
De jaren gingen voorbij en op een dag werd de oude moeder ziek. Ze riep een kleine roodbruine eekhoorn bij zich: “Kleine vriend, ga naar mijn dochters en zeg dat ze snel hierheen komen, want ik denk dat ik niet lang meer zal leven.”
De eekhoorn ging meteen op pad. Vliegensvlug klom hij van boom naar boom en kwam bij het huis van de oudste dochter. Het eekhoorntje vertelde wat de moeder gezegd had. De oudste dochter zuchtte: “Ach, ik zou wel meteen willen gaan, maar ik moet eerst even deze...
De drie vlinders
Samen ben je sterker dan de zon, wind en regen bij elkaar, ook al vlieg je met tere, ragfijne vleugeltjes. In je eentje ben je slechts een zwakke, kwetsbare vlinder. Dus laat elkaar nooit in de steek."
Toen ze ouder werden besloten Neelie, Peeli en Lali om de wereld in te trekken. Ze vertrokken van huis en deden vele ontdekkingen, het een nog mooier dan het andere. Uitgelaten en lachend fladderden ze rond, alsof de dag eeuwig duren zou.
Toen zag een gemene, donkere wolk de drie vlinders en...
De ezel in de leeuwenhuid
Op een dag scharrelde de ezel in zijn eentje rond op het erf op zoek naar een hapje te eten, een mals blaadje of een korstje brood. HIj keek door het raam naar binnen en zag daar iets waarvan zijn ogen begonnen te twinkelen. Een leeuwenvel! Op de grond, als een soort kleed, lag de huid van een leeuw: de gevaarlijk uitziende kop en de scherpe klauwen van de leeuw zaten er nog aan. De ezel stootte met zijn poot de deur open en sloop naar binnen. Hij pakte het vel en legde het op zijn rug, de...
De gebarsten pot
Iedere morgen liep Kamal naar het dorp onderaan de berg, om water te halen in de put. Op zijn schouder droeg hij een lange stok. Aan de punten van de stok hingen twee grote stenen potten. De een bungelde links van hem als hij liep, de andere rechts. De weg naar beneden was gemakkelijk. Het was nog niet zo warm en de twee potten waren leeg. Onder in het dorp vulde hij de potten met water en liep dan terug. Langzaam liep Kamal over het smalle bergpaadje. Er stonden maar weinig bomen en de zon...
De koning en de zaadjes
Hij was al oud en het werd tijd voor een nieuwe koning. De koning had geen kinderen, geen prins of prinses die hem kon opvolgen. Hij zou iemand uit het land moeten kiezen. Daarvoor had hij een opdracht bedacht. Alle jonge mannen en vrouwen moesten naar het paleis komen. Wie de opdracht het beste uitvoerde, werd de nieuwe koning of koningin.
Verbaasd keek Hans naar de brief. Kon hij de nieuwe koning worden? Hij was maar een gewone jongen! Zijn moeder zei dat hij toch maar naar het paleis moest...
De schilder en de jongen
Niet iedereen kon zo'n schilderij betalen. Maar voor één zilverstuk, mocht je in het atelier van de schilder komen kijken hoe hij een schilderij maakte. Dat was heel bijzonder: hij schilderde namelijk ontzettend snel. De schilder pakte zijn kwast, doopte die in de verf en - wiesj, wasj, woesj - binnen een minuut stond er een levensechte olifant op het doek. Zoiets hadden de mensen nog nooit gezien. Met tientallen tegelijk kwamen ze op bezoek om hem aan het werk te zien. De schilder verdiende...
De zon en de wind
"Nu kunnen we laten zien wie de sterkste is," zei de Wind. "Laten we proberen om die wandelaar zijn mantel uit te trekken. Degene die het lukt, is de sterkste van ons twee." "Dat is goed," zei de Zon.
Onmiddelijk begon de Wind te blazen. Hij blies en blies en rukte aan de mantel van de man. Hij liet het regenen en hagelen, terwijl hij steeds harder tekeer ging. Maar hoe harder het stormde en hoe kouder het werd, des te dichter trok de man de mantel om zich heen. De Wind kreeg de mantel niet...
Haas en Schildpad
Zoef! Daar gaat Haas. Zijn poten vliegen over de grond: hop-hop-hop. De wind suist langs zijn oren. Hij vergeet alles om zich heen. Rennen moet hij. Rennen, rennen, rennen.Maar, wat is dat?! Er staat iets in de weg! Er loopt iets op het pad. Het is Schildpad. "Aan de kant!" roept Haas. "Opzij! Ik ben het: Haas!". Maar Schildpad gaat niet aan de kant. Schildpad is traag. Heel traag. Voordat hij snapt wat er aan de hand is, is Haas al vlakbij. Haas kan nog maar net op tijd...
Hansje Appelpit
Hansje besloot dat hij de pitjes wilde bewaren. Zijn moeder naaide een klein zakje van stof voor hem. Elke keer als hij een appel at, stopte Hansje de pitjes daarin. Na een tijd was het zakje vol. Hansje was ondertussen gegroeid en heette nu Hans. Hij vond dat hij nog niet genoeg pitjes had. Zijn moeder naaide een nieuwe, grotere zak voor hem. Daarin deed hij al zijn appelpitjes uit de oude zak en ook de nieuwe pitjes, als hij een appel at.
Toen Hans een grote jongen was, was ook deze zak...
Het rode kippetje
Op een dag vond het rode kippetje een tarwekorrel. Het leek in niets op een lekkere dikke worm en ze wist niet wat ze ermee moest doen. Maar toen ze eens navraag deed, leerde ze dat je een tarwekorrel kunt planten, dat er graan uit groeit, waarvan je meel kunt maken, waarmee je dan brood kunt bakken. Dat leek haar een goed plan.
Ze wilde de tarwekorrel planten, maar had het ook druk met het zoeken van wormen voor de kuikens. En terwijl ze dacht aan de kat die niks te doen had, het varken dat...
Ilsebil en Timpetee
Op een mooie dag stond Timpetee zoals altijd te vissen, met zijn voeten in het heldere water en zijn hengel voor zich uit. Plotseling schoot de haak van de hengel onder water. Timpetee wist het zeker: dat was een grote vis! Daar zou zijn Ilsebil blij mee zijn, want hij had de hele dag nog niets gevangen. Timpetee trok zo hard als hij kon en haalde de vis boven water.
De vis schitterde in het zonlicht. Hij leek wel van goud. Timpetee keek er verwonderd naar. Maar toen hij de vis van de haak...
Kasper in het donker
Kasper kon niet slapen. Het bed rook naar wasmiddel. Eigenlijk was dat wel lekker, maar het was anders dan zijn eigen bed. Zijn bed thuis rook naar… hij wist het niet. Naar mama en naar knuffel… Knuffel! Kasper deed zijn ogen open. Waar was Knuffel? Het was zo donker dat hij zelfs met zijn ogen wijd open niets kon zien. Hij sperde ze zo ver open als hij kon. Hij kreeg er tranen van in zijn ogen. Maar hij zag alleen maar donker. Waar was Knuffel nou toch? Knuffel was bang in het donker. Dat...
Over een jongen die katten tekende
De jongen was niet geschikt om boer te worden, maar wel heel slim – slimmer dan zijn broers en zussen. Daarom besloten de boer en de boerin om hem naar een tempel in de buurt te brengen. De oude priester die in de tempel woonde, kon hem leren lezen en schrijven, zodat hij later ook priester kon worden, en bovendien zou hij er goed te eten krijgen.
De jongen had niet veel: alleen een bundeltje kleren en zijn tekenspullen en daarmee verhuisde hij naar de tempel. Hij was gehoorzaam en deed goed...
Stenensoep
Op een dag kwam hij bij een dorpje. De zon ging al onder en hij besloot er te blijven en op zoek te gaan naar een slaapplaats en iets te eten. Maar de mensen in het dorp waren niet erg aardig tegen hem. Ze hadden zelf niet veel te eten en hadden geen zin om iets aan de onbekende man te geven. En een bed hadden ze ook niet voor hem over, want ze waren bang dat hij misschien wel een dief was, in plaats van een soldaat.
Op het plein, middenin het dorp, zette de man zijn zak met spullen...




