Dierenverhalen
De drie dochters
Mongools volksverhaal
Een vrouw had drie dochters waar ze alles voor deed. Rijk waren ze niet, maar de moeder zorgde ervoor dat de drie zusjes altijd voldoende te eten hadden, dat ze nette kleren hadden en er altijd fris en verzorgd uitzagen. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat zorgde de vrouw ervoor dat haar dochters niks tekortkwamen. Toen de meisjes oud genoeg waren om te trouwen, verlieten ze een voor een het huis van hun moeder.
De drie geitjes en de trol
Noors sprookje
Er waren eens drie geitjes. De eerste was klein, de tweede wat groter en de derde het grootst. Ze wilden gaan grazen aan de overkant van de rivier, waar het gras sappiger was dan aan deze kant.
Maar bij de rivier woonde een gemene trol. Hij had wilde zwarte haren, ogen als schoteltjes en zijn neus leek wel een grote aardappel. Hij woonde in een donker hoekje, onder de brug over de rivier.
De ezel in de leeuwenhuid
Hervertelling van een fabel van Aesopus
Een ezel werkte al jaren voor een boer. Hij droeg groenten van het veld naar de schuur en ging iedere week met de boer naar de markt. Hij moest hard werken en de boer sloeg hem op zijn achterwerk met een tak om hem harder te laten lopen. De kinderen van de boer scholden hem uit als domme ezel. Een fijn leven had de ezel niet.
De kat en de muis
Traditioneel Engels stapelverhaal
Lang geleden waren katten en muizen nog elkaars vrienden. Een kat en een muis speelden elke dag met elkaar in de schuur. Maar op een dag beet de kat - helemaal per ongeluk - de muis zijn staart af.
De man die niet slapen kon
Bron onbekend, mogelijk een Hodja verhaal uit het Midden-Oosten.
Er was eens een man die niet kon slapen. Hij lag wakker in zijn bed en hoorde alle geluiden om zich heen. Zelfs het zachtste geluidje hield hem wakker. Hij hoorde het tikken van de wekker. Hij hoorde de wind ruisen in de bomen buiten. HIj hoorde zijn eigen adem. Hij hoorde alles!
De spin in de appelboom
Stapelverhaal dat ik leerde van verteller Wim Wolbrink
Er was eens een spin die wou verhuizen. Ze keek eens in het rond en vond een appelboom. Tussen twee takken kon ze mooi een web maken: haar nieuwe huis. Een dunne draad kwam uit het achterste van haar spinnenlijf en ze begon te weven. Eerst op en neer, op en neer, op en neer. En daarna rond en rond en rond. Het web was klaar. Maar... de kleur beviel haar helemaal niet. Gewoon grijs. "Kijk," dacht de spin, "die appel daar, die is mooi rood." En ze riep: "Hé, appel! Hoe kom je aan die mooie rode kleur?"
De verloren want
Bewerking van Oekraïens volksverhaal
Alex keek naar buiten. De lucht was grijs en het was koud. Hij verveelde zich en blies wolkjes op het koude raam. "Mama, mag ik buiten spelen?" "Ja hoor. Neem Laika meteen mee, dan is die ook even eruit." Alex trok zijn jas aan en riep zijn hond Laika. Hij vond het heerlijk om met haar naar het bos te gaan en Laika ook. Ze blafte opgewonden toen hij de deur opendeed. "Vergeet je wanten niet," riep zijn moeder, "het gaat misschien sneeuwen!" Alex propte de wanten snel in zijn zakken en rende naar buiten.
Dieren in 't stalletje
Eenvoudig kerstverhaal, gebaseerd op het bekende kinderliedje, geschreven door Melanie Plag
Het kindje Jezus was geboren in de stal. Alle mensen kwamen naar de stal om het kindje met eigen ogen te zien. De mensen uit het dorp, de herders van de velden uit de buurt. Grote mensen en kinderen kwamen om Jozef en Maria te feliciteren met hun kleine baby, die lag te slapen in de kribbe met stro. De hele dag was het een enorme drukte in het kleine stalletje. ’s Avonds waren Maria en Jozef eindelijk alleen met hun kindje. Wat waren ze moe na al dat bezoek! Maria gaapte, Jozef gaapte en ook het kleine kindje Jezus gaapte. Eindelijk was het stil.
Grootmoeder Spin
Een verhaal van de Hopi Indianen
Lang geleden, toen de wereld nog maar pas bestond, waren de aarde en de hemel nog niet van elkaar gescheiden. De hemel lag vlak boven de aarde: vogels vlogen vlak over de grond en dieren die konden rennen en springen hadden het gevoel dat ze vlogen.
Haas en Schildpad
Hervertelling van de fabel van Aesopus.
Haas heeft altijd haast. Hij doet nooit eens rustig aan. Rennen is het liefste wat hij doet. Zoef! Door de velden. Zoef! Door de bossen. Zoef! Niemand kan hem bijhouden. Hij is de snelste. De aller-aller-snelste. En als hij even stopt, let hij goed op. Zijn lange oren houdt hij gespitst. Zijn ogen kijken rond. Zijn snorharen trillen. Is er iets lekkers te eten? Of dreigt er misschien gevaar? Dan gaat hij er snel weer vandoor.
Hallo, kuikentje!
Vertel- en knipverhaal, bron onbekend.
Benodigdheden: stukje stevig geel papier, schaar, zwarte stift.
[Vouw het papier dubbel voor je begint.]
Op een mooie lentedag begonnen papa Vogel en mama Vogel met het bouwen van een nest. Ze zochten een stevige tak uit in een hoge boom. Ze vlogen heen en weer met kleine takjes, draadjes en pluisjes en maakten die aan elkaar vast. Na een paar dagen was het nest klaar. [knip een komvormig 'nest' aan de vouwkant van het papier en laat dit zien]
Hendrik Haan en Kaatje Kip
Verhaal geschreven door Melanie Plag
Van alle dieren op de boerderij staat Hendrik Haan iedere dag als eerste op. Wanneer het nét licht begint te worden en de andere dieren nog slapen, fladdert hij naar het hoogste punt van het dak. Als de zon dan boven de bomen tevoorschijn komt, roept hij: "Kukeleku! Wakker worden allemaal! De dag is begonnen!".
Maar op een dag is hij niet de eerste. Wanneer hij wakker wordt, loopt Kaatje Kip, zijn lieve vrouwtje, druk kakelend door het kippenhok.
Het halve Haantje
Volksverhaal, vermoedelijk Spaans
Er was eens een kip die een nest eieren uitbroedde. Toen de kuikentjes uit de eieren kwamen, was ze zeer tevreden. Eén, twee, drie waren al uit het ei gekropen, bol en pluizig, zoals kuikentjes horen te zijn.
Maar toen het vierde ei open ging kwam er maar half zoveel uit. Het vierde kuikentje had maar één pootje en één oog en één vleugeltje. Het was een half kuikentje!
Het nieuwsgierige uiltje
Volksverhaal uit Cambodja
Lang geleden, toen mensen en dieren nog met elkaar konden praten, leefden er in het bos een vader en moeder uil met hun kleine baby uil. Ze zorgden goed voor de kleine uil en elke keer als er een dier langs de boom met hun nest kwam, dan waarschuwden ze: “Oehoe, oehoe! Dit is onze boom!”
Toen de kleine uil groter werd, deed hij mee en als er dan iemand langsliep riep hij: “Hoe-oe, hoe-oe!”. “Hé,” zei zijn moeder, “je kunt niet zomaar iets anders roepen. Je moet ‘oehoe oehoe’ roepen, net zoals elke uil!” Het kleine uiltje beloofde dat te doen.
Het rode kippetje
Engels volksverhaal
Op het erf van een boerderij leefde eens een klein rood kippetje. Altijd was ze druk in de weer om in de grond wormen te zoeken voor haarzelf en voor haar kuikens. Ijverig pikte ze in het zand, pik-pik-pik, en als ze een worm gevonden had kakelde ze luid: “Tok tok tok!”
In de deuropening vlakbij lag een kat te luieren en bekommerde zich nergens om. Zelfs niet om de rat die vrij rond kon rennen. Het varken dat in de schuur leefde maakte zich alleen maar zorgen over zijn eten, zodat hij nog dikker en zwaarder kon worden.
Hoe het vuur verstopt werd in elke boom
Een scheppingsverhaal van de Noord-Amerikaanse Indianen
Lang, heel lang geleden behoorde al het vuur toe aan drie Vuurwezens, en die hielden het weggestopt in hun tipi, hoog boven op de top van een berg. Ze wilden het vuur met niemand delen en bewaakten het zorgvuldig, dag en nacht. Dus toen het winter werd, en de gierende wind loeide en sneeuw de aarde bedekte, hadden mannen, vrouwen en kinderen niets om zich mee te verwarmen. Geen vuur, geen warm eten, niets.
Kantjil en de krokodillen
Een verhaal uit Indonesië over het slimme dwerghertje Kantjil*
In het oerwoud leven veel dieren: apen, slangen, vogels. Maar ken je de kantjil al? De kantjil is een klein beestje, niet hoger dan je knie. Het is een piepklein hertje met een spitse snuit en dunne pootjes. Hij is klein en dus niet erg sterk, maar wel heel slim! Hij is de andere dieren altijd te slim af. Luister maar.
Mevrouw Vos gaat trouwen
Vrij naar een sprookje van de gebroeders Grimm (nr. 38)
Meneer en mevrouw Vos woonden aan de rand van het bos. Ze hadden een groot huis met veel kamers. Juffrouw Kat hielp om het huis schoon te houden en kookte hun eten. Meneer en mevrouw Vos waren heel gelukkig met elkaar.
Maar op een kwade dag werd meneer Vos ziek en stierf. Mevrouw Vos was zó verdrietig, dat ze zich opsloot in haar slaapkamer en alleen maar huilde. Ze voelde zich zo alleen! Gelukkig kwam juffrouw Kat iedere dag om te werken. Zij veegde net als altijd de vloer en gaf mevrouw Vos te eten.




