Herfstverhalen
De Herfstwandeling
Een vertel- en tekenverhaal, geschreven door Melanie Plag
1.
Puk keek naar buiten. Het waaide hard. Donkergrijze wolken joegen langs de hemel. [teken een paar wolken langs de bovenrand] Zou het gaan regenen? Puk hield niet van regen. Ze had afgesproken met Tom. Het was best een eind lopen naar Tom’s huis. Hij woonde aan de rand van het bos. Tom had beloofd dat hij notentaart zou maken. Puk was dol op taart!
De prinses en de kabouter
Sprookje geschreven door Melanie Plag
Er was eens een prinses. Ze woonde in een kasteel. Haar vader was de koning en haar moeder was de koningin. Ze was een echte prinses, maar toch was ze ook een heel gewoon meisje. Net als alle andere kinderen moest ze op tijd naar bed van haar vader en moeder, ging ze iedere dag naar school en speelde ze met haar vriendjes en vriendinnetjes.
Het allerliefste speelde de prinses buiten. Het kasteel had een hele grote tuin, waar je heerlijk kon spelen. Maar nog veel liever speelde de prinses in het bos, dat begon achter de tuin.
De spin in de appelboom
Stapelverhaal dat ik leerde van verteller Wim Wolbrink
Er was eens een spin die wou verhuizen. Ze keek eens in het rond en vond een appelboom. Tussen twee takken kon ze mooi een web maken: haar nieuwe huis. Een dunne draad kwam uit het achterste van haar spinnenlijf en ze begon te weven. Eerst op en neer, op en neer, op en neer. En daarna rond en rond en rond. Het web was klaar. Maar... de kleur beviel haar helemaal niet. Gewoon grijs. "Kijk," dacht de spin, "die appel daar, die is mooi rood." En ze riep: "Hé, appel! Hoe kom je aan die mooie rode kleur?"
Hansje Appelpit
Bewerking van een verhaal van de Amerikaanse kolonisten
Hansje at iedere dag een appel. Hij was nog klein en zijn moeder sneed de appel voor hem doormidden. Op een dag keek Hansje naar de doorgesneden appel: "Mama, wat zijn die kleine zwarte dingetjes?" Zijn moeder legde uit dat het de pitjes zijn en dat je die in de grond kunt stoppen. Als ze genoeg zon en regen krijgen, groeit er dan een plantje uit. Eerst is het klein, maar als je lang genoeg wacht, wordt het een appelboom.
Marja en de lampion
Een sprookje voor in de Sint Maartenstijd
Er was eens een meisje dat Marja heette. Ze had een lampion gemaakt met papier en lijm en er daarna een kaarsje in gezet. Nu liep ze door de donkere straten en het licht straalde door het gekleurde papier. Het was prachtig om te zien. Marja zong er een liedje bij:
Ik loop met mijn lantaren
Lantaren loopt met mij
Daarboven stralen sterren
Beneden stralen wij




