Lenteverhalen
De drie vlinders
Vrije vertaling van: "The three butterflies" door Paro Anand (India)
Er waren eens drie broers: Neeli, Peeli en Lali. Het waren vlinders, de mooiste vlinders van het land, en ze waren elkaars beste vrienden. Alles wat ze wisten, hadden ze van hun moeder geleerd. Ze had hen zo veel verteld, "Maar," zei ze, "het allerbelangrijkste is dat je elkaar altijd steunt, vergeet dat nooit.
De koning en de zaadjes
Bron onbekend. Vermoedelijk een volksverhaal.
In een land hier ver vandaan heerste eens een koning. Het was een goede en wijze koning, die zijn land met liefde regeerde. In een dorpje in dat land woonde Hans. Hij leefde samen met zijn moeder in een klein huisje. Zijn vader leefde niet meer, maar Hans was al groot genoeg om te werken en samen hadden ze het goed.
Op een dag kreeg Hans een brief. Zijn naam stond met gouden krulletters geschreven op de grote witte envelop. Het was een brief van de koning.
De reus die alleen aan zichzelf dacht
Bewerking van The Selfish Giant, geschreven door Oscar Wilde
Iedere middag wanneer ze uit school kwamen, speelden de kinderen in de tuin van de Reus. Het was een prachtige, grote tuin met mals groen gras. Bloemen stonden verspreid over het gras als sterren aan de hemel en er stonden twaalf perzikbomen, die in de lente getooid waren met roze en paarlmoeren bloesem en in de herfst overladen waren met vruchten. Vogels zaten in de bomen en zongen hun lied zo prachtig, dat de kinderen soms stopten met spelen om ernaar te luisteren. “Wat is het hier fijn en mooi!” riepen ze dan naar elkaar.
Hallo, kuikentje!
Vertel- en knipverhaal, bron onbekend.
Benodigdheden: stukje stevig geel papier, schaar, zwarte stift.
[Vouw het papier dubbel voor je begint.]
Op een mooie lentedag begonnen papa Vogel en mama Vogel met het bouwen van een nest. Ze zochten een stevige tak uit in een hoge boom. Ze vlogen heen en weer met kleine takjes, draadjes en pluisjes en maakten die aan elkaar vast. Na een paar dagen was het nest klaar. [knip een komvormig 'nest' aan de vouwkant van het papier en laat dit zien]
Hansje Appelpit
Bewerking van een verhaal van de Amerikaanse kolonisten
Hansje at iedere dag een appel. Hij was nog klein en zijn moeder sneed de appel voor hem doormidden. Op een dag keek Hansje naar de doorgesneden appel: "Mama, wat zijn die kleine zwarte dingetjes?" Zijn moeder legde uit dat het de pitjes zijn en dat je die in de grond kunt stoppen. Als ze genoeg zon en regen krijgen, groeit er dan een plantje uit. Eerst is het klein, maar als je lang genoeg wacht, wordt het een appelboom.
Hendrik Haan en Kaatje Kip
Verhaal geschreven door Melanie Plag
Van alle dieren op de boerderij staat Hendrik Haan iedere dag als eerste op. Wanneer het nét licht begint te worden en de andere dieren nog slapen, fladdert hij naar het hoogste punt van het dak. Als de zon dan boven de bomen tevoorschijn komt, roept hij: "Kukeleku! Wakker worden allemaal! De dag is begonnen!".
Maar op een dag is hij niet de eerste. Wanneer hij wakker wordt, loopt Kaatje Kip, zijn lieve vrouwtje, druk kakelend door het kippenhok.
Het Sneeuwklokje
Vrij naar Hans Christian Andersen - Het Zomerklokje
Het was winter. Een dikke laag sneeuw bedekte de aarde. De lucht was koud en de wind was guur. Maar onder de grond was een klein huisje waar het lekker warm was. In dat huisje woonde een bloem. Opgevouwen lag ze in haar bolletje.




