Sprookjes
De drie geitjes en de trol
Noors sprookje
Er waren eens drie geitjes. De eerste was klein, de tweede wat groter en de derde het grootst. Ze wilden gaan grazen aan de overkant van de rivier, waar het gras sappiger was dan aan deze kant.
Maar bij de rivier woonde een gemene trol. Hij had wilde zwarte haren, ogen als schoteltjes en zijn neus leek wel een grote aardappel. Hij woonde in een donker hoekje, onder de brug over de rivier.
De gouden sleutel
Gebaseerd op sprookje nr. 200 van de gebroeders Grimm
Tom woonde met zijn moeder in een klein huisje. Het was winter. Er lag een dik pak sneeuw en zelfs binnen kon je de kou voelen. Tom en zijn moeder zaten daarom dicht bij de kachel, waarin een behaaglijk houtvuur brandde. Maar het hout brandde snel en de voorraad was bijna op. Daarom stuurde moeder Tom naar het bos om meer hout te zoeken.
De kikkerkoning
Sprookje van de gebroeders Grimm
Lang geleden, toen wensen nog hielp, leefde er eens een prinses. Ze woonde in een groot paleis, met daarachter een prachtige tuin die doorliep tot aan de rand van het bos. Wat de prinses het allerliefste deed, was in de tuin spelen met haar bal.
De koning en de zaadjes
Bron onbekend. Vermoedelijk een volksverhaal.
In een land hier ver vandaan heerste eens een koning. Het was een goede en wijze koning, die zijn land met liefde regeerde. In een dorpje in dat land woonde Hans. Hij leefde samen met zijn moeder in een klein huisje. Zijn vader leefde niet meer, maar Hans was al groot genoeg om te werken en samen hadden ze het goed.
Op een dag kreeg Hans een brief. Zijn naam stond met gouden krulletters geschreven op de grote witte envelop. Het was een brief van de koning.
De prinses en de kabouter
Sprookje geschreven door Melanie Plag
Er was eens een prinses. Ze woonde in een kasteel. Haar vader was de koning en haar moeder was de koningin. Ze was een echte prinses, maar toch was ze ook een heel gewoon meisje. Net als alle andere kinderen moest ze op tijd naar bed van haar vader en moeder, ging ze iedere dag naar school en speelde ze met haar vriendjes en vriendinnetjes.
Het allerliefste speelde de prinses buiten. Het kasteel had een hele grote tuin, waar je heerlijk kon spelen. Maar nog veel liever speelde de prinses in het bos, dat begon achter de tuin.
De reus die alleen aan zichzelf dacht
Bewerking van The Selfish Giant, geschreven door Oscar Wilde
Iedere middag wanneer ze uit school kwamen, speelden de kinderen in de tuin van de Reus. Het was een prachtige, grote tuin met mals groen gras. Bloemen stonden verspreid over het gras als sterren aan de hemel en er stonden twaalf perzikbomen, die in de lente getooid waren met roze en paarlmoeren bloesem en in de herfst overladen waren met vruchten. Vogels zaten in de bomen en zongen hun lied zo prachtig, dat de kinderen soms stopten met spelen om ernaar te luisteren. “Wat is het hier fijn en mooi!” riepen ze dan naar elkaar.
Het halve Haantje
Volksverhaal, vermoedelijk Spaans
Er was eens een kip die een nest eieren uitbroedde. Toen de kuikentjes uit de eieren kwamen, was ze zeer tevreden. Eén, twee, drie waren al uit het ei gekropen, bol en pluizig, zoals kuikentjes horen te zijn.
Maar toen het vierde ei open ging kwam er maar half zoveel uit. Het vierde kuikentje had maar één pootje en één oog en één vleugeltje. Het was een half kuikentje!
Het pompoenmeisje
Een sprookje uit Perzië*
Er was eens een oude vrouw die haar leven lang graag een kindje wilde hebben. Ze bad elke dag tot Allah**, maar tevergeefs. "Waarom geeft Allah ons toch geen kind?" zei ze tegen haar man. "Ook al ben ik oud, ik zou altijd goed voor haar zorgen en haar altijd lief vinden, hoe ze er ook uit zou zien. Zelfs al zag ze er uit als een pompoen!"
Het Sneeuwklokje
Vrij naar Hans Christian Andersen - Het Zomerklokje
Het was winter. Een dikke laag sneeuw bedekte de aarde. De lucht was koud en de wind was guur. Maar onder de grond was een klein huisje waar het lekker warm was. In dat huisje woonde een bloem. Opgevouwen lag ze in haar bolletje.
Ilsebil en Timpetee
Bewerking van ‘Van de Visser en zijn Vrouw’, gebroeder Grimm (nr. 19)
Timpetee was visser en dol op het geluid van de zee. Als hij ’s morgens wakker werd in zijn hut, dan kon hij het geluid van de golven al horen. Heerlijk vond hij dat.
De hut waarin hij woonde was gemaakt van oude planken, die hij had gevonden op het strand. Er zaten geen ramen in, maar door de kieren tussen de planken kon je toch naar buiten kijken. Hij woonde daar samen met zijn vrouw Ilsebil en elke dag liep hij naar zee om te vissen.
Marja en de lampion
Een sprookje voor in de Sint Maartenstijd
Er was eens een meisje dat Marja heette. Ze had een lampion gemaakt met papier en lijm en er daarna een kaarsje in gezet. Nu liep ze door de donkere straten en het licht straalde door het gekleurde papier. Het was prachtig om te zien. Marja zong er een liedje bij:
Ik loop met mijn lantaren
Lantaren loopt met mij
Daarboven stralen sterren
Beneden stralen wij
Mevrouw Vos gaat trouwen
Vrij naar een sprookje van de gebroeders Grimm (nr. 38)
Meneer en mevrouw Vos woonden aan de rand van het bos. Ze hadden een groot huis met veel kamers. Juffrouw Kat hielp om het huis schoon te houden en kookte hun eten. Meneer en mevrouw Vos waren heel gelukkig met elkaar.
Maar op een kwade dag werd meneer Vos ziek en stierf. Mevrouw Vos was zó verdrietig, dat ze zich opsloot in haar slaapkamer en alleen maar huilde. Ze voelde zich zo alleen! Gelukkig kwam juffrouw Kat iedere dag om te werken. Zij veegde net als altijd de vloer en gaf mevrouw Vos te eten.
Over een jongen die katten tekende
Japans sprookje
Lang geleden leefden er in Japan eens een boer en zijn vrouw. Ze waren erg arm, en hun kinderen moesten meewerken om te zorgen dat er genoeg te eten was. Alleen de jongste zoon hielp niet mee. Hij was niet sterk en niet echt geschikt voor het boerenwerk. Hij besteedde zijn dag liever met tekenen. Wanneer hij maar de kans kreeg zat hij te tekenen en het bijzondere was dat hij altijd katten tekende: grote katten, kleine katten, dikke katten, dunne katten, nette katten, wilde katten, lieve katten en gemene katten. Overal katten, katten, katten!
Sjaak en de bonenstaak
Engels sprookje
Sjaak woonde met zijn moeder in een klein huisje. Ze hadden niet veel: een koe gaf melk en de tuin gaf groente. Maar op een dag was er alleen nog maar melk. Er was niets te eten en het geld was op. Moeder was ten einde raad. Sjaak had al vaker geprobeerd om werk te vinden, maar hij was niet zo handig en daarom was er geen baas die hem wilde hebben. Zijn moeder wist nu nog maar een oplossing: de koe verkopen. Van het geld dat ze daarmee verdienden konden ze dan een tijdje leven.
Tchang's grote reis
Chinees sprookje
Het is lang geleden in het verre China. De jongen Tchang woont samen met zijn moeder in een hutje aan de oever van een meer. Ze hebben niet veel: ze moeten hard werken op het land voor een beetje eten en er zwemt geen vis in het meer die ze kunnen vangen.
Wanneer Tchang oud genoeg is, besluit hij om op reis te gaan naar de Grote God van het Westen en hem te vragen waarom ze steeds zo hard moeten werken en er maar zo weinig voor terug krijgen? Hij pakt wat proviand in, zegt zijn moeder gedag en gaat op pad.




